De nek bestaat uit zeven wervels. De bovenste twee zijn anders gebouwd dan de rest. De eerste, de atlas, is een ring waarop de schedel rust en waarmee u ja knikt. De tweede, de draaier, heeft een pen waar de atlas omheen draait: daarmee schudt u nee. Tussen die twee wervels en de schedel ligt geen tussenwervelschijf, maar wel een dicht pakket van kleine spieren, banden en gewrichtskapsels. Vlak daarboven, bij de overgang van nek naar schedel, komen de zenuwen naar buiten die de achterkant van het hoofd van gevoel voorzien.
Daar zit de verklaring voor hoofdpijn vanuit de nek. De zenuwen uit de bovenste drie nekwervels schakelen in het ruggenmerg over op dezelfde cellen als de zenuw die het gezicht en het voorhoofd verzorgt. Prikkels uit een stijf gewricht of een verkrampte spier in de bovenste nek komen zo in de hersenen aan als pijn achter het oog of in de slaap. De nek doet zeer, maar u voelt het in het hoofd.
Cervicogene hoofdpijn: de symptomen
Cervicogene hoofdpijn is hoofdpijn die uit de nek komt. Kenmerkend is dat de pijn aan één kant zit en niet van kant wisselt, dat hij begint in de nek of achter in het hoofd en naar voren trekt, en dat een houding of een beweging van de nek hem oproept. Drukken op de bovenste nek of de nek ver draaien maakt de hoofdpijn vaak herkenbaar erger. De nek zelf is stijf, vooral bij draaien, zoals bij veel andere nekklachten.
Spanningshoofdpijn: het verschil
Spanningshoofdpijn voelt anders: een drukkende band om het hoofd, aan beide kanten, zonder misselijkheid en zonder dat licht of geluid stoort. De spieren van nek, schouders en kaak zijn hier gespannen en vaak pijnlijk bij aanraking. De twee vormen lopen in de praktijk door elkaar. Iemand met een stijve bovenste nek trekt de schouders op, en gespannen schouders zetten de nek weer vast. De fysiotherapeut in Zeist onderzoekt welk deel het grootst is, want dat bepaalt waar de behandeling begint. Alle soorten hoofdpijn op een rij vindt u bij hoofdpijnklachten.

English

